Besluit Breed Wettelijk Moratorium

Recentelijk heeft het Kabinet ingestemd het besluit Breed Wettelijk Moratorium. Dit besluit stelt zich ten doel dat, naar het zich nu laat aanzien, per 1 januari 2017, deurwaarders, incassobureaus en (lagere) overheden gedurende een periode van 6 maanden geen beslag mogen leggen op goederen, inkomen of uitkering van de schuldenaar. Dit geldt eveneens voor de situatie waarin er al beslag is gelegd.

zes maanden adempauze

Gedurende deze periode van 6 maanden (moratorium) mogen schuldeisers zich dus niet verhalen op het vermogen van de schuldenaar en krijgt de (gemeentelijke) schuldhulpverlener tijd om de financiële situatie van de schuldenaar te stabiliseren. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de schuldenaar niet beschikt over enige draagkracht, maar wel noodgedwongen wordt geconfronteerd met nieuwe (incasso)schulden van bijvoorbeeld deurwaarders, of als de beslagvrije voet ten onrechte op een te laag bedrag is vastgesteld. Ook in dat geval zal het maken van nieuwe schulden onvermijdelijk zijn om toch in de dagelijkse kosten te kunnen voorzien.

Verzoekschrift via de rechtbank

Om gebruik te kunnen maken van dit nieuwe instrument, dient het college van burgemeester en wethouders een verzoekschrift in bij de rechtbank. Dit kan zoals de regelgeving er nu uit ziet maar een keer in een periode van tien jaar worden verzocht. Tevens voert het college tijdens het moratorium het beheer over het budget van de schuldenaar, dan wel zal dit samen doen met de bewindvoerder als sprake is van bijvoorbeeld beschermingsbewind.

Weigert de schuldenaar zijn medewerking aan het gemeentelijk traject of komt hij zijn verplichtingen niet na, dan moet het uitgesproken moratorium worden beëindigd. Hoewel een gemeente geen contact hoeft te onderhouden met schuldeisers, kunnen zij wel verzoeken om een beëindiging van het uitgesproken moratorium.