Boete en draagkracht, hoe werkt het?

Het komt vaker voor. De sociale dienst trekt een bijstandsuitkering in en vordert de reeds betaalde uitkeringsgelden terug van de bijstandsgerechtigde, omdat het hebben van een gezamenlijke huishouding is verzwegen. Daar bovenop wordt dan een boete opgelegd vanwege schending van de inlichtingenplicht. Omdat de bijstandsgerechtigde het hier niet mee eens was, werd deze zaak voorgelegd aan de hoogste bestuursrechter de Centrale Raad van Beroep (CRvB 16 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3065).

Hoogte boete

In de eerste plaats oordeelt de CRvB dat op basis van het dossier geoordeeld kan worden dat sprake is van een gezamenlijke huishouding. Omdat de opgelegde boete 100% bedroeg van het benadelingsbedrag, oordeelt de CRvB verder dat de sociale dienst niet heeft kunnen bewijzen dat de bijstandsgerechtigde bewust zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en ook bewust niet heeft doorgegeven dat zij een gezamenlijke huishouding voerde. Aan de andere kant gaat de CRvB er ook niet in mee dat een boete van 25% van het benadelingsbedrag op z’n plaats is, omdat maar sprake zou zijn van verminderde verwijtbaarheid. Al met al stelt de CRvB vast dat de mate van verwijtbaarheid zich verhoudt tot een boete van 50% van het benadelingsbedrag.

Welke draagkracht is van toepassing

Nu het bedrag van de boete is vastgesteld, moet op basis van vaste rechtspraak van de CRvB ook de draagkracht worden beoordeeld. Als een sociale dienst een bestuurlijke boete oplegt, dient daarbij rekening gehouden te worden met de draagkracht van de overtreder. Daarbij moet ook aandacht te worden geschonken aan de financiële positie van de bijstandsgerechtigde, die daar dan wel zelf helderheid over dient te verschaffen.

Gezinsinkomen

Omdat tijdens het opleggen van de boete sprake was van een gezamenlijke huishouding, heeft de sociale dienst terecht mogen uitgaan van het gezinsinkomen aan de hand waarvan de draagkracht is afgestemd. Omdat onbetwist is gesteld dat dit gezinsinkomen boven de geldende bijstandsnorm voor gehuwden lag, heeft de sociale dienst zich terecht op het standpunt mogen stellen dat de bijstandsgerechtigde de boete binnen twee jaar kan terugbetalen.