Maatregel

Sancties en boetes in de bijstand

Aan de bijstandverlening zitten verschillende verplichtingen vast. Zo moet u in beginsel alles vertellen wat van belang kan zijn voor uw recht op bijstand. U heeft echter ook bepaalde rechten. Het recht om met vakantie te gaan bijvoorbeeld. U moet dit wel van tevoren melden aan de Sociale Dienst. U mag afhankelijk van uw leeftijd vier weken of maximaal dertien weken per kalenderjaar met vakantie met behoud van uw uitkering. Blijft u langer weg dan toegestaan, dan kan onder omstandigheden het recht op uitkering vervallen of een sanctie worden opgelegd. Dat geldt ook als de sociale dienst zegt dat u zich niet aan de verplichtingen houdt die aan de uitkering zijn verbonden, bijvoorbeeld als u niet voldoende solliciteert. Heeft u zo'n brief ontvangen, neem dan zo spoedig als mogelijk is contact met bezwaar-bijstand.nl op. Wellicht dat binnen de zes weken bezwaartermijn de strafkorting op uw uitkering kan worden teruggedraaid!

Sociaal zekerheidsrecht

Sociaal zekerheidsrecht: maatregel en bijstand

De Centrale Raad van Beroep heeft in september 2015 een uitspraak gedaan over een aan een uitkeringsgerechtigde opgelegde maatregel. Aan de uitkeringsgerechtigde was een bijstanduitkering toegekend. In het kader van een trajectplan verrichtte hij werkzaamheden. In verband met medische beperkingen werd hij tijdelijk gedeeltelijk arbeidsongeschikt en werd een re-integratietraject gestart. Na enige tijd nam de uitkeringsgerechtigde geen deel meer aan het traject bij Top-care omdat hij zich daarvoor te goed voelde. Als gevolg hiervan heeft de gemeente bij wijze van maatregel de bijstanduitkering met 50% gedurende een maand verlaagd. De gemeente voerde aan dat het onvoldoende meewerken aan een traject de inschakeling van arbeid belemmert.

De Centrale Raad van Beroep volgde de gemeente. Dat de uitkeringsgerechtigde na de startfase van het traject van mening was dat zijn situatie te goed was voor het traject, ontsloeg hem niet om verdere medewerking aan dit traject te verlenen. Bovendien heeft hij de stelling dat hij niet aan het traject kon deelnemen in verband met de gezondheidssituatie van zijn vrouw met geen enkel stuk onderbouwd zodat daaraan geen betekening kan worden gehecht. Van belang was ook dat de uitkeringsgerechtigde zelf had ingestemd met het traject. De opgelegde maatregel van 50% bleef daardoor in stand.